Workshop > Ervaringskennis

Aan de slag met ervaringskennis

‘Ervaringsdeskundig’ ben je niet zomaar. Allereerst moet je in staat zijn om je eigen ervaringen te benoemen – er inzicht in hebben. Dit noemen we ‘individuele ervaringskennis’. Vervolgens is het belangrijk dat je ook inzicht hebt in de ervaringskennis van anderen. De derde en laatste stap is dat je je ervaringskennis kunt inzetten in contact met anderen. Als je dat kunt, ben je ervaringsdeskundig.

In de workshop over Ervaringsdeskundigheid kregen de deelnemers in totaal vier verschillende werkvormen aangeboden om samen in gesprek te gaan over alle aspecten en het belang van ervaringsdeskundigheid. De workshops werden vormgegeven door een ervaringsdeskundige samen met een onderzoeker of coach. In de workshop stonden drie vragen centraal:

Hoe bewust ben ik me van mijn ervaringen?
Op welke manier kan ik mijn ervaringskennis delen?
Hoe kan ik mijn ervaringskennis inzetten?

Doorgeefvragen
Ellis en Ineke werkten met doorgeefvragen. Deelnemers kregen een vel papier met daarop een aantal vragen over ervaringskennis. En in plaats van die meteen te beantwoorden, luidde de opdracht: schrijf de vraag op die deze vraag bij je oproept. Het leverde interessante inzichten en gesprekken op.

Doel van de opdracht is om te laten zien dat je in een korte tijd heel veel vragen kunt bedenken. Dit is dus te trainen. Ook ervaar je in deze oefening dat je een vraag niet meteen hoeft te beantwoorden. Een weder- of vervolgvraag stellen kan ook verhelderend werken.

Wegstrepen?                                             
Ad en Wouter deden de ‘wegstreepoefening’.
Deelnemers schreven op een vel papier vijf dingen op die ze heel belangrijk vinden in hun leven. Vervolgens gaven ze dat blad door aan de persoon naast hen. Deze persoon mocht dan – naar eigen inzicht – doorstrepen wat het minst belangrijk was. ‘Het is heel vreemd om die strepen te zien. Dat iemand anders bepaalt wat wel of niet belangrijk is’, aldus een van de deelnemers. ‘Toch hebben veel mensen met een beperking hier dagelijks mee te maken. Ze hebben lang niet over alles eigen regie. Dankzij deze oefening ervaar je hoe dat voelt.’

Het vogelbekje
Mireille en Kim deden de oefening met het vogelbekje. Het vogelbekje kenden de meeste deelnemers nog van vroeger. Het is een vouwspel waarmee verschillende vragen opgeroepen kunnen worden, gericht op het inzetten van ervaringskennis. Bijvoorbeeld:

Waar denk je aan bij ervaringskennis?
Wat heb je nodig om je ervaringen in te kunnen zetten?
Hoe zetten we ervaringskennis op een gelijkwaardige manier in?
Hoe ziet de toekomst met ervaringskennis eruit?
Wat is de meerwaarde van ervaringskennis voor jou?

Over deze vragen gingen de deelnemers met elkaar in gesprek. De meerwaarde van ervaringskennis werd duidelijk. En de deelnemers ontdekten dat iedereen ervaringskennis heeft en we dit meer zouden kunnen gebruiken.

Het hart
De vierde werkvorm was ‘Het hart’. Kim en Marloes vroegen de deelnemers voor hen belangrijke ervaringen op een hartvormig papier te schrijven. Dat papier werd vervolgens opgefrommeld, waarna deelnemers hun eigen ervaringen glad moesten strijken. Wat overbleef: een hart met kreukels. Een bijzondere ervaring, die laat zien dat iedereen ervaringen heeft – en dat je ermee aan de slag kunt. Om ze te verwerken, te delen met anderen of er andere mee kan helpen.

Voeg toe aan selectie